De 10 duurste fouten bij een websiteproject
Leestijd: 14 minuten
Inhoudsopgave
- Waarom websiteprojecten zo vaak teleurstellen
- Fout 1: beginnen bij het design in plaats van de strategie
- Fout 2: de doelgroep te breed definiëren
- Fout 3: de teksten als laatste behandelen
- Fout 4: het verkeerde platform kiezen voor de verkeerde redenen
- Fout 5: geen rekening houden met zelfbeheer na de oplevering
- Fout 6: mobiel als nagedachte behandelen
- Fout 7: te veel pagina's bouwen die te weinig zeggen
- Fout 8: geen SEO-basis meenemen in de bouw
- Fout 9: de partner kiezen op prijs in plaats van op specialisatie
- Fout 10: de website behandelen als eindproduct
- Wat een goed websiteproject wél doet
Waarom websiteprojecten zo vaak teleurstellen
Een websiteproject is een van de weinige investeringen waarbij de teleurstelling zo voorspelbaar is. Niet omdat de betrokken partijen incompetent zijn. Niet omdat het onmogelijk is om een goede website te bouwen. Maar omdat dezelfde fouten telkens opnieuw worden gemaakt — door bedrijven van alle groottes, in alle sectoren, met alle budgetten.
Die fouten zijn niet altijd zichtbaar op het moment dat ze worden gemaakt. Ze manifesteren zich pas later. Een website die er goed uitziet maar geen leads genereert. Een CMS dat zo omslachtig is dat niemand het gebruikt. Een site die na zes maanden al verouderd voelt. Een project dat drie keer zo lang heeft geduurd als gepland en twee keer zoveel heeft gekost als begroot.
Dit document beschrijft de tien duurste fouten in websiteprojecten — duur niet alleen in geld maar in tijd, frustratie en gemiste kansen. En het beschrijft wat je in plaats daarvan kunt doen.
Fout 1: beginnen bij het design in plaats van de strategie
De meest voorkomende en meest schadelijke fout in een websiteproject is beginnen bij de verkeerde vraag. De meeste projecten beginnen bij: wat voor kleuren willen we? Welk lettertype past bij ons merk? Kunnen we iets zien dat lijkt op die ene site die we mooi vinden? Dat zijn designvragen. Ze zijn relevant. Maar ze zijn de laatste vragen, niet de eerste.
De eerste vragen zijn strategisch. Voor wie is deze website? Wat zoekt die persoon als hij landt? Welke actie wil je dat hij onderneemt? Wat maakt jou de betere keuze boven de concurrent? Als je die vragen niet kunt beantwoorden voordat het design begint, bouw je iets moois op een zwak fundament. Het design heeft dan niets om te ondersteunen en de site ziet er goed uit maar doet niets.
De kosten van deze fout zijn het grootst in het tweede jaar. Dat is wanneer de vraag komt waarom de website niet meer klanten oplevert. En het antwoord is altijd hetzelfde: omdat de site nooit is gebouwd om dat te doen.
Wat je in plaats daarvan doet: begin elk websiteproject met een strategiegesprek. Wie is de ideale klant? Wat zoekt hij? Welke actie wil je dat hij onderneemt? Pas daarna begin je met structuur. En pas daarna met design.
Fout 2: de doelgroep te breed definiëren
Onze doelgroep is eigenlijk iedereen die een website nodig heeft. Of: wij werken voor MKB, van klein tot groot. Of: onze klanten zijn bedrijven en particulieren. Dat zijn geen doelgroepen. Dat zijn beschrijvingen van wie er theoretisch zou kunnen kopen. Ze zijn nutteloos voor een website.
Een website die voor iedereen werkt, werkt voor niemand echt goed. De bezoeker die op jouw site landt, besluit in minder dan tien seconden of hij op de juiste plek is. Als de boodschap zo generiek is dat hij zich niet herkent, vertrekt hij. Niet omdat hij niet bij je past, maar omdat je hem niet hebt aangesproken.
Specificiteit is het meest onderschatte concurrentievoordeel in webdesign. Een website die expliciet zegt voor wie hij is en voor wie niet, trekt meer van de juiste bezoekers aan en minder van de verkeerde. Dat verhoogt de kwaliteit van de aanvragen, verlaagt de tijdsinvestering in gesprekken die nergens toe leiden en verhoogt de conversie van bezoeker naar klant.
Wat je in plaats daarvan doet: definieer je ideale klant zo specifiek mogelijk. Sector, grootte, probleem, locatie. Een freelance Webflow developer die werkt voor professionele dienstverleners van tien tot vijftig mensen in Nederland, voor advocatenkantoren, accountants en adviesbureaus die een website willen die uitstraalt wat ze waard zijn. Dat is een doelgroep. Dat is iets om een homepage op te bouwen.
Fout 3: de teksten als laatste behandelen
In vrijwel elk websiteproject worden de teksten als laatste behandeld. Het design staat klaar, de structuur is bepaald, de developer wacht — en dan komt de vraag: kunnen jullie de teksten aanleveren? Wat dan volgt is een race tegen de klok waarbij teksten worden geschreven om de lege vakjes te vullen, niet om de bezoeker te overtuigen.
Het gevolg is voorspelbaar. De teksten zijn te lang, te vaag en te gericht op het bedrijf in plaats van op de bezoeker. Ze passen niet goed in de designvakjes waarvoor ze zijn bedoeld. En ze doen niet wat ze moeten doen: de juiste bezoeker laten herkennen dat hij op de juiste plek is.
Teksten bepalen voor een groot deel of een website converteert. Een prachtig design met slappe teksten converteert niet. Een eenvoudig design met scherpe teksten doet het beter dan verwacht. Toch worden teksten structureel als bijzaak behandeld, terwijl het design de hoofdrol speelt.
Wat je in plaats daarvan doet: begin de teksten te schrijven als de sitestructuur helder is, niet als het design klaar is. De tekst bepaalt de structuur van een pagina mede — hoeveel secties er nodig zijn, hoe lang ze moeten zijn, wat de koppen zijn. Als de tekst pas achteraf in een kant-en-klaar design wordt gestopt, is er altijd een mismatch.
Fout 4: het verkeerde platform kiezen voor de verkeerde redenen
Het platformkeuze-gesprek gaat in de meeste projecten als volgt. De opdrachtgever vraagt: welk platform gebruik je? De developer zegt: ik doe alles in WordPress. Of in Webflow. Of in Shopify. En daarmee is de keuze gemaakt, op basis van de voorkeur van de developer, niet op basis van wat het best past bij de situatie van de opdrachtgever.
Dat is de verkeerde volgorde. Het platform moet worden gekozen op basis van de vereisten van het project. Hoe complex is de contentstrategie? Hoeveel zelfbeheer wil de opdrachtgever? Welke technische eisen zijn er? Hoe belangrijk is onderhoudsvriendelijkheid? En welk niveau van technische expertise heeft het team dat de site gaat beheren?
WordPress is een prima platform voor veel situaties. Maar het vraagt structureel technisch onderhoud dat veel opdrachtgevers niet willen of kunnen leveren. Webflow is een uitstekend platform voor professionele websites waarbij het team zelf content wil beheren zonder developer. Shopify is het beste platform voor e-commerce. Squarespace is goed voor eenvoudige sites met beperkte ambities.
Wat je in plaats daarvan doet: bespreek de platformkeuze expliciet op basis van de projectvereisten. Stel de vragen die de keuze bepalen en kies daarna pas het platform. Niet andersom.
Fout 5: geen rekening houden met zelfbeheer na de oplevering
De oplevering van een website is niet het einde van het project. Het is het begin van de periode waarin de website zijn werk moet doen. En dat werk vraagt onderhoud: nieuwe teksten, nieuwe fotos, nieuwe teamleden, nieuwe cases, actuele blogartikelen.
De meeste websiteprojecten houden onvoldoende rekening met hoe de site na de oplevering wordt beheerd. Het CMS is te complex voor het team dat het moet gebruiken. De structuur is zo rigide dat elke aanpassing een developer vereist. En na zes maanden is de site al verouderd omdat niemand de moeite neemt om hem bij te houden.
Een website die niet wordt bijgehouden, verliest relevantie. Bij bezoekers die terugkomen. Bij Google, die verse content beloont. En bij de indruk die de site maakt op potentiële klanten die zien dat het laatste artikel van anderhalf jaar geleden is.
Wat je in plaats daarvan doet: stel bij de start van het project de vraag wie de site gaat beheren en wat die persoon kan en wil doen. Bouw het CMS op die persoon. En plan een training na de oplevering zodat het team daadwerkelijk zelfstandig is.
Fout 6: mobiel als nagedachte behandelen
Meer dan de helft van al het webverkeer wereldwijd komt van smartphones. In sommige sectoren is dat 70 procent of meer. Toch worden de meeste websites nog steeds primair ontworpen voor desktop en daarna aangepast voor mobiel. Die aanpak levert een mobiele versie die functioneert maar niet overtuigt.
Niet overtuigen op mobiel is hetzelfde als de helft van je potentiële klanten slechter bedienen dan de andere helft. De bezoeker die op zijn telefoon op jouw site landt en een versie ziet die er net niet goed uitziet — tekst die net te klein is, knoppen die net te dicht op elkaar staan, fotos die net verkeerd worden afgesneden — haalt geen positieve indruk. Hij haalt de indruk van een bedrijf dat de details niet op orde heeft.
Wat je in plaats daarvan doet: begin het ontwerp bij het kleinste scherm. Mobiel-first design betekent dat je gedwongen wordt na te denken over prioriteit: wat moet de bezoeker als eerste zien op een klein scherm? Die prioriteit is ook de juiste prioriteit voor desktop. De omgekeerde volgorde — desktop eerst, dan krimpen — levert altijd compromissen op.
Fout 7: te veel pagina's bouwen die te weinig zeggen
Meer is niet beter. Een website van dertig pagina's die elk twee alinea's bevatten is slechter dan een website van acht pagina's die elk grondig zijn uitgewerkt. Toch is de neiging in de meeste projecten om zo veel mogelijk pagina's te bouwen — voor elke dienst een pagina, voor elke sector een pagina, voor elk geografisch gebied een pagina.
Die neiging is begrijpelijk. Meer pagina's voelt als meer aanwezigheid. Maar Google beloont kwaliteit, niet kwantiteit. Een pagina die een vraag grondig beantwoordt, rankt structureel beter dan tien pagina's die elk het onderwerp oppervlakkig behandelen. En een bezoeker die op een inhoudloze pagina landt, verlaat de site sneller dan iemand die op een uitgebreide pagina landt die zijn vraag beantwoordt.
Wat je in plaats daarvan doet: kies kwaliteit boven kwantiteit. Bouw minder pagina's maar werk ze grondig uit. Elke pagina heeft een duidelijk doel, een specifieke doelgroep en voldoende inhoud om de vraag van die doelgroep echt te beantwoorden. Voeg daarna pagina's toe op basis van wat je leert uit de data, niet op basis van wat je denkt dat er moet zijn.
Fout 8: geen SEO-basis meenemen in de bouw
SEO wordt in de meeste projecten behandeld als iets wat je achteraf doet. De site is klaar, dan gaan we hem optimaliseren voor Google. Die volgorde is verkeerd en duur. SEO begint bij de structuur van de site, de URL-opbouw, de H1-keuzes, de meta-titels — elementen die tijdens de bouw worden bepaald en achteraf moeilijk te wijzigen zijn zonder de site te herstructureren.
Een site die is gebouwd zonder SEO-basis, heeft een structureel nadeel ten opzichte van een site waarbij SEO van de grond af is meegenomen. Dat nadeel is te herstellen, maar het kost extra tijd en geld. En in de tussentijd rankt de site slechter dan hij zou kunnen.
Wat je in plaats daarvan doet: neem SEO-basics standaard mee in de bouw. Paginatitels, meta-beschrijvingen, URL-structuren, H1-keuzes, interne linkstructuur, sitemap, robots.txt. Dat zijn geen optionele extra's. Dat is de minimale technische SEO-basis die elke professionele website heeft bij de livegang.
Fout 9: de partner kiezen op prijs in plaats van op specialisatie
Prijs is de meest voor de hand liggende manier om offertes te vergelijken. Het is ook de slechtste. Een website van 1.500 euro die niet converteert, is duurder dan een website van 5.000 euro die maandelijks drie nieuwe klanten oplevert. De prijs zegt niets over de return. De kwaliteit en de specialisatie van de developer zeggen dat wel.
Een developer die alles kan — WordPress, Webflow, Shopify, custom development, SEO, design, copywriting — is verdacht. Specialisatie kost tijd om op te bouwen. Iemand die alles doet, heeft niet de tijd gehad om ergens echt goed in te worden. En echt goed zijn in het platform dat past bij jouw situatie, is precies wat het verschil maakt tussen een site die werkt en een site die er staat.
Wat je in plaats daarvan doet: kies op basis van vijf criteria. Specialisatie: werkt de developer primair in één platform? Portfolio: heeft hij projecten gedaan die vergelijkbaar zijn met het jouwe? Transparantie: kan hij na een gesprek van 30 minuten een eerlijke prijsindicatie geven? Directheid: werk je direct met de persoon die jouw site bouwt? En referenties: zijn er klanten die je kunt bellen?
Fout 10: de website behandelen als eindproduct
De meest fundamentele fout in de manier waarop bedrijven over hun website denken, is dat ze hem zien als een eindproduct. Je laat hem bouwen, je lanceert hem, je bent klaar. Tot het over drie jaar tijd wordt en je hem opnieuw laat bouwen.
Dat is niet hoe goede websites werken. Een website is een levend communicatiemiddel dat meegroeit met het bedrijf. Hij wordt beter naarmate je meer weet over wie je bezoekers zijn, wat ze zoeken en welke content hen overtuigt. Die kennis vergaar je over tijd, niet op de dag van de lancering.
Bedrijven die hun website behandelen als een doorlopend instrument — die maandelijks nieuwe content toevoegen, die de data bekijken en op basis daarvan aanpassen, die hun cases bijhouden en hun positie in de markt actueel communiceren — hebben na twee jaar een structureel sterkere online aanwezigheid dan bedrijven die twee jaar geleden een mooie site hebben gelanceerd en hem sindsdien niet hebben aangeraakt.
Wat je in plaats daarvan doet: behandel de livegang als het begin, niet het einde. Plan een maandelijkse review van de analytics. Plan een kwartaallijkse check van de content. Voeg nieuwe cases toe als projecten zijn afgerond. Publiceer nieuwe artikelen als er onderwerpen zijn die de aandacht van jouw doelgroep verdienen. En bekijk de site elk jaar kritisch: past hij nog bij wie het bedrijf nu is?
Wat een goed websiteproject wél doet
Een goed websiteproject begint bij de strategie en eindigt bij de data. Het kiest het platform op basis van de situatie, niet op basis van de voorkeur van de developer. Het behandelt teksten als een kernonderdeel van het project, niet als een bijzaak. Het is gebouwd voor mobiel van de grond af. Het heeft een SEO-basis die is meegenomen in de bouw, niet achteraf toegevoegd. En het is ontworpen voor zelfbeheer, zodat het team na de oplevering daadwerkelijk zelfstandig is.
Een goed websiteproject is ook een eerlijk project. Eerlijk over de tijdlijn, eerlijk over de prijs, eerlijk over wat het oplevert en wanneer. Zonder beloftes die niet kunnen worden waargemaakt, zonder offertes die halverwege worden bijgesteld en zonder oplevering die drie maanden later is dan gepland.
Dat klinkt als een lage lat. Maar als je de tien fouten in dit document hebt herkend, weet je dat het minder vanzelfsprekend is dan het lijkt.
